Op hoop van vrijheid. Van slavensamenleving naar Creoolse gemeenschap in Suriname, 1830-1880.

Proefschrift 1997.
Utrecht: Bronnen voor de studie van Afro-Surinaamse samenlevingen, deel 18. ISBN 90 393 1288 5

De afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 is het hoogtepunt in de Surinaamse geschiedenis. Bijna 33.000 mensen werden vrij. Wat gebeurde er met de samenlevingen die op de plantages waren ontstaan? Welke keuzes had en maakte de vrije bevolking na 1863? Hoe ontstond één Creoolse gemeenschap in Suriname uit al die plantagesamenlevingen? Die vragen staan centraal in de dissertatie waarop ik in 1997 aan de Universiteit Leiden promoveerde.

Echt vrije burgers werden de Creoolse plantagearbeiders pas tien jaar later op 1 juli 1873, toen het Staatstoezicht werd opgeheven. Tot die tijd waren zij nog aan de plantages gebonden. Wel mochten zij zelf beslissen waar ze werkten en kregen zij betaald voor hun werk. Die overgangsperiode tussen slavernij en vrijheid beschermde de planter tegen een leegloop van zijn bedrijf.
In mijn boek bespreek ik de laatste decennia van de slavernij, het staatstoezicht en eerste jaren van volledige vrijheid. Ik maakte gebruik van de dagboeken van de Herrnhutters en van rechtszaken. Die documenten brachten mij zo dicht mogelijk bij de mensen die zelf nooit een stem kregen in de bronnen.

Op hoop van vrijheid is in 1997 verschenen. Het woord slaaf is nu omstreden, maar was toen gangbaar. Het boek is al lang niet meer leverbaar. De tekst van het boek stel ik hieronder op pdf beschikbaar.

A HOOFDST1
B HOOFDST2
C HOOFDST3
D HOOFDST4
E HOOFDST5
F HOOFDST6
G GLOSSAR
H BIBLIO8
I INDEX1
J SUMMARY9